Danaë Moons
Danaë Moons (4 april 1985, Leidschendam) is vermist sinds 18 januari 2015 na een bootongeluk op de Mahakam rivier in Indonesië.
Door Hans den Hartog Jager
“Danaë Moons jaagt een droom na. Het is zondag 18 januari 2015 als de Amsterdamse kunstenares, negentwintig jaar op dat moment, in het Indonesische dorpje Long Bagun op een speedboot stapt die haar verder de Mahakam op zal brengen. […….] Dat oerwoud, het ruigste, ondoordringbaarste ter wereld, fascineert Danaë al langer – voor haar is het een symbool voor de oorsprong van het menselijk bestaan. ‘Het oerwoud is een plek die op een natuurlijke manier is ontstaan en die voeding aan de fysieke wereld biedt,’ schreef ze zelf in de aanvraag voor financiële steun die ze voor de reis indiende bij het Mondriaan Fonds. [….] Ze ziet op tegen wat haar te wachten staat, maar haar nieuwsgierigheid en fascinatie voor de natuur winnen het – juist de botsing van angst en onzekerheid met het vooruitzicht op nieuwe, intense ervaringen maken de tocht voor Danaë aantrekkelijk.”
“Naarmate ze hun doel naderen, wordt de rivier ruiger. De nacht ervoor heeft het hard geregend; rond het middaguur begint de watervloed zich tussen de rotsen door te persen. Het water wervelt en kolkt. Omhoog gestuwd door een onverwacht hoge golf klapt de boot driemaal hard op het water en breekt in twee stukken. […] Van Danaë en Kiswono en van de boot ontbreekt ieder spoor, alleen Danaë’s cameratas vinden ze terug. Hoewel ze beseffen dat de kans klein is dat ze nog zullen worden aangetroffen, vertrekken haar vader Adrie en haar broer Leander nog diezelfde week naar Kalimantan om haar te zoeken. Maar zonder resultaat.”
“Precies daar zit een vreemd, maar groot dilemma. Op het eerste gezicht heeft de verdwijning van Danaë Moons namelijk geen enkele betekenis. Een stom ongeluk, zoals er op Indonesische rivieren helaas veel meer gebeuren – ze bevond zich toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. De verdwijning was niet bedacht, niet vooropgezet, had geen bedoeling. Tegelijk is het voor mensen in Danaë’s omgeving moeilijk die zinloosheid te accepteren – en niet alleen voor hen, maar eigenlijk voor iedereen die nader kennismaakt met haar leven en haar oeuvre. […] Kan de mens de natuur beheersen? Of is de mens juist een intrinsiek onderdeel van de natuur en strijdt hij, bij dat verlangen naar beheersing, in wezen tegen zichzelf?”




