Spirits. Workers. Kin. (2024)

Achter in de tentoonstellingsruimte schittert een klein gouden werk dat bedekt is met afbeeldingen van insecten. Spirits. Workers. Kin. (2024) heeft een sacrale uitstraling en haakt in op Byzantijnse iconografie, waarbij bladgoud wordt gebruikt om eenvoudige wezens—insecten, schimmels, microben— te verheffen tot heilige symbolen. Deze “heilige insecten” laveren tussen leven en dood, door hun onzichtbare arbeid transformeren ze dood in leven en verval in groei. Het nodigt uit om onze relatie met deze kleine maar onmisbare wezens te herzien. Zijn ze ongedierte of juist onmisbare verwanten? Zijn het entiteiten of slechts organismes? 

Spirits. Workers. Kin. kan worden gezien als een visuele meditatie over de heiligheid van de natuurlijke cycli, waarin de woorden van Ursula K. Le Guin – “Het woud is eeuwig, omdat het sterft en sterft en zo leeft.” – doorklinken. Met deze kleinschalige, vergulde ode herinnert Venus Jasper ons eraan dat er zelfs in verval iets heiligs schuilt—en in de kleinste wezens van het leven, een diepe goddelijkheid.